De laatste jaren zien we meer en meer dat de consumentenbescherming ervoor zorgt dat de contractvrijheid in het overeenkomstenrecht aangevallen wordt. Van contractuele autonomie kunnen we al lang niet meer spreken, meer en meer contracten zijn op voorhand al helemaal opgesteld (inclusief de kleine lettertjes). Als consument hoef je maar een handtekening te zetten, of gewoon het goed te betalen en het contract nemen zoals het is.
Uiteraard moeten we hier realistisch in zijn: de gemiddelde consument is helemaal niet in staat om te discussiëren over juridische fratsen, anderen nemen er gewoon de tijd niet voor en de meesten zijn al helemaal niet bereid om een raadsman te betalen (als ze dat al zouden kunnen). De kostprijs van deskundige juridische begeleiding is dermate hoog dat dit enkel weggelegd is voor de meer dan begoede burger in ons land.
Om die burger dan ook beter te beschermen, nog voor het kwaad geschied is, komen er dan wetten tot stand zoals de wet betreffende de handelspraktijken, de voorlichting en bescherming van de consument (ook wel WHPC genoemd). Heel wat bedingen en praktijken zijn hierdoor wettelijk verboden.
Maar daar wringt het schoentje nu… Stel dat een verkoper jou als consument een jaar garantie geeft. Na een jaar en een paar maanden begeeft het goed het. Jij snort (als je al zover gaat) snel het bewijsje op en ontdekt dat je garantietermijn verstreken is. Fout! Europa bepaalt immers dat je minstens twee jaar garantie moet krijgen. Maar sta hier als consument maar eens recht genoeg in je schoenen om van je oren te gaan maken! En de bescherming gaat nog iets verder: gaat het goed kapot binnen de 6 maanden na aankoop, dan ligt de bewijslast bij de verkoper. Híj moet dan aantonen dat je als consument het goed oneigenlijk hebt gebruikt, en indien dat niet het geval is moet hij het goed repareren of vervangen.
Ondanks de wetgeving die een zeer goede doelstelling nastreeft, moet ik in mijn omgeving vaak vaststellen dat de niet-juridisch geschoolde consument (en dat zijn er uiteraard wel wat) zich zeer vaak laat bedotten waar hij bij staat. En dan heb ik het niet over één of ander kneusje dat over zich laat lopen…
“nemo censetur ignorare legem”
Iedereen wordt geacht de wet te kennen, althans een algemeen rechtsbeginsel. Maar ben je als consument in staat om alle finesses van de wet uit te pluizen? Om, wanneer je in het zak gezet wordt, de wet erop na te lezen, laat staan begrijpen? Er zijn een heel aantal juridische facts die ik nooit uit het oog verlies, maar waarvan ik in mijn omgeving al gezien heb dat het misloopt:
- wanneer je een overeenkomst maakt tussen partijen (“een onderhandse akte”), zorg je ervoor dat er evenveel contracten zijn als er partijen zijn én dat iedereen een overeenkomst heeft die door alle partijen gehandtekend is.
- wanneer je één jaar garantie hebt gekregen, dwing je er twee af, dit recht heb je bij wet. wanneer de verkoper dit niet kan geven omwille van het feit dat de producent dit niet wil, is het aan de verkoper om een regresvordering in te stellen, maar dat is nooit ofte nimmer het probleem van de consument.
- wanneer je iets achterlaat om te herstellen bij de verkoper (onder garantie of niet, dat maakt niet uit), zorg je ervoor dat je een schriftelijk bewijs hebt van wat je hebt achtergelaten.
Dit laatste is de rechtstreekse, maar lang niet de enige aanleiding voor het schrijven van dit opiniestukje. Mijn vriend stapte enkele maanden geleden met zijn (heel duur) horloge naar de aanvankelijke verkoper. Het bandje was kapot en men zou een nieuw bandje bestellen. Omdat het horloge niet meer gedragen kon worden, werd het daar achtergelaten. Enkele maanden gaan voorbij zonder reactie van de verkoper en wanneer mijn vriend uiteindelijk beslist dat het welletjes is geweest en hij gewoon zijn horloge terug wil (kapot of niet), barst de bom: de verkoper is de horloge “kwijt”. Het is te zeggen, hij beweert opeens dat dat “niet de manier van werken is om horloges in bewaring te nemen”. En voilà, op het bonnetje stond alleen een vermelding van het bandje (met een betaald voorschot van €10) maar niets van het horloge. Mijn vriend is 110% zeker en de verkoper (die het duidelijk bij het verkeerde eind heeft) “zal nog eens zoeken nadat hij van de producent een afbeelding heeft verkregen om zeker te zijn naar waar hij op zoek is”, maar nogmaals het is “niet de manier van werken om horloges in bewaring te nemen”.
Ik wil graag als afsluiter nog even pleiten voor iets waar ik al heel lang achter sta: gedurende een paar jaar in het middelbaar een algemeen vak verbintenissenrecht met een link naar het bijzondere overeenkomstenrecht. Meer bepaald de basis van een contract (hoe sluit je dit af, wat ben je verplicht, wat doe je bij niet-naleving?) en dan meer specifiek een aantal contracten waarmee we allemaal te maken krijgen: koop, huur en dienstenovereenkomsten (aanneming, bewaargeving, lastgeving). Voor een ASO is dit absoluut haalbaar, maar ook in de andere richtingen van het secundair onderwijs is dit wat mij betreft onontbeerlijk. Ik hoop dat dit er ooit van komt en dat er op die manier voor gezorgd wordt dat de drempel met “de wet” iets lager wordt, dat je als consument beter je rechten kent en dat je recht in je schoenen kan staan bij een dispuut…
Men doet soms smalend over de consumentenbescherming, “ocharme, de consument”, maar wat mij betreft kan deze bescherming gerust wel wat beter. Het kan niet dat je als consument in de maatschappij onderworpen bent aan de grillen van de verkoper waarmee je een overeenkomst aangaat!